Digitale mosterd

“Journalisten geloven de leugens van politici niet, maar ze verspreiden ze wel. Dat is nóg erger!” Coluche verwoordde op een harde manier het beeld dat veel mensen helaas over journalisten hebben. Maar is dit beeld wel correct en staan onze kranten en nieuwsuitzendingen echt vol met quatsch en kwakzalverij? Zowel de plaatselijke reporter als de populaire Rudi Vranckx zou wel degelijk zijn nieuws moeten controleren vooraleer het de wereld in te sturen. Maar gebeurt dat wel? En waar haalt de journalist tegenwoordig zoal zijn mosterd?

Tijdsgebrek

Het proces van nieuwsgaring verloopt volgens Machill en Beiler (2009) in drie fasen. De journalist gaat eerst op zoek naar een onderwerp en schat hiervan de relevantie in. Daarna volgt de cross checking, waarbij zowel de feiten als de bron gecontroleerd worden. Tot slot werkt hij zijn idee uit en zoekt indien nodig wat extra, relevante informatie. Klinkt op papier allemaal heel mooi, toch? De realiteit oogt echter minder fraai…

Het proces van cross checking wordt namelijk regelmatig nogal vanzelfsprekend behandeld. Zo besteden de journalisten volgens Machill en Beiler slechts 11 minuten per dag aan het checken en controleren van bronnen op betrouwbaarheid en correctheid. De belangrijkste reden hiervoor is tijdgebrek. Het leven van de journalist laat zich dan ook kenmerken door haast, time management is uitermate belangrijk. En net daar wringt soms het schoentje. Helaas kiest de journalist te vaak voor de simpelste manier en gaat hij er te dikwijls vanuit dat de verkregen informatie wel waar is. (Zie blog ‘Luiewijvenjournalistiek?‘)

Op weg naar een bureaujob?

Maar van welke bronnen maakt de journalist dan zoal gebruik in die schamele 11 minuten? Oorspronkelijk haalde hij onder andere de nodige informatie uit persconferenties en andere media. Ook informanten en woordvoerders speelden een belangrijke rol in het proces van de nieuwsgaring. Uit een onderzoek van Raeymaeckers, Paulussen en De Keyser (2008) wordt duidelijk dat 60% informatie haalde bij collega-journalisten en dat ook politici, geheime informanten en bekende Vlamingen populair waren.

Vandaag de dag kunnen we ons dergelijke ouderwetse taferelen bijna niet meer voorstellen. Het internet is namelijk niet meer weg te denken uit ons leven en ook in de journalistiek won dit medium snel aan popluriteit. Paulussen (2004) kwam in zijn onderzoek dan ook tot een paar interessante resultaten. Aan de hand van enquêtes bij 1026 Vlaamse beroepsjournalisten concludeerde hij dat, net zoals in de Verenigde Staten, het internet een zeer belangrijk instrument geworden is voor de journalist. E-mail is de meest gebruikte toepassing van het internet bij journalisten, gevolgd door websitebezoek en zoekmachines. Het World Wide Web heeft bovendien niet alleen een communicatiefunctie, maar ook een informatiefunctie. Het is namelijk uitgegroeid tot de bron van informatie bij uitstek voor journalisten. Vooral zoekmachines, persarchieven en nieuwsbrieven worden veel geraadpleegd. Discussielijsten, chat en nieuwsgroepen zijn nog niet zo populair bij de journalist. De belangrijkste reden voor de journalist om zich op het wereldwijde web te geven is het volgen van de actualiteit. Daarnaast wordt het ook gebruikt om doelgericht informatie te zoeken, andere media te volgen, persberichten te lezen en informatie te controleren.

De invloed van het internet op de journalistiek (Paulussen, 2004, p. 241)

In bovenstaande tabel worden de gevolgen van het internet voor de journalist op een rijtje gezet. Hieruit blijkt dat er een aantal voordelen verbonden zijn aan het internetgebruik. Zo verklaart 60,2% van de ondervraagde journalisten dat ze door het internet sneller informatie kunnen vinden. Daarnaast is 51,3% het ermee eens dat ze meer informatie kunnen verzamelen dan vroeger door het internet. 38,7% van de journalisten beweert bovendien dat ze op het internet bronnen tegenkomen die ze anders nooit zouden vinden. Aan de andere kant beweert ook een groot deel (58,9%) van de ondervraagden dat ze door het internet te kampen krijgen met onbetrouwbare informatie. Uit het onderzoek blijkt ook dat door de opkomst van het internet de nood aan technische vaardigheden bij de journalist stevig toegenomen is. Daarnaast is er ook een aanzienlijk deel van de journalisten dat denkt dat de journalistiek aan het evolueren is naar een ‘saaie bureaujob’ door deze nieuwe technologieën.

De opkomst van het internet heeft dus zeker heel wat voordelen met zich meegebracht voor de journalist. Zo kan hij sneller aan een grotere hoeveelheid informatie geraken en kan hij zelfs informatie raadplegen die hij zonder het internet nooit gevonden zou hebben. Daartegenover staat wel dat de journalist tegenwoordig meer werk achter zijn bureau verricht, moet beschikken over meer technische vaardigheden om goed te werken met de computer en het internet en dat hij regelmatig met dubieuze informatie wordt geconfronteerd. Bovendien heeft het internet als bron niet geleid tot minder afhankelijkheid van officiële nieuwsstromen en -bronnen.

Wat met Facebook en Twitter?

Naast de ‘traditionele’ websites zien we de laatste jaren nog een nieuw digitaal fenomeen opduiken als journalistieke bron, namelijk de sociale media. Sommige mensen zien Facebook en Twitter als de redding in nood, anderen staan hier zeer sceptisch tegenover. Feit is wel dat in 2009 amper 9% van de beroepsjournalisten op Twitter te vinden was, terwijl dat dit jaar al meer dan de helft (51%) een account blijkt te hebben. Facebook wordt zelfs door 64% van de journalisten gebruikt. (Quadrant Communications, 3 mei 2012).

Vooral Twitter bewijst tegenwoordig zijn nut voor de journalistiek. Zo kan een journalist via Twitter snel een zicht krijgen op het belangrijkste nieuws en kan hij via de zogenaamde hashtags (#) gericht zoeken naar informatie. Toch moeten we nog steeds opletten, want te vaak verschijnt er valse informatie op dit medium. Tegenwoordig wordt de hashtag #unconfirmed wel gebruikt, waardoor de journalist wel degelijk even aan de alarmbel kan gaan rinkelen.

Een goede raad…

Het is dus maar de vraag of de opkomst van het internet als journalistieke bron wel degelijk zo een zegen geweest is voor ons geliefkoosde beroep. De journalist moet in de korte tijd die hij heeft dan ook kritisch zijn ten opzichte van de geraadpleegde websites. Een handig hulpmiddel hierbij zijn de 5 W-vragen. (Wie vertelt mij dit nieuws? Wanneer vertelt hij mij dit? Waar speelt het feit zich af? Waarom vertelt hij dit? Wat vertelt hij eigenlijk?)

Daarnaast is het ook belangrijk dat de journalist de websites fatsoenlijk controleert. Als het kleurgebruik te flashy is, er geen informatie te vinden is over de auteur of geen bronvermelding vermeld staat, mag er wel eens getwijfeld worden aan de betrouwbaarheid van dit bericht. De digitale mosterd mag dan wel aantrekkelijk lijken, maar met het oude, vertrouwde recept is nog steeds niks mis… (GVS)

Bronnen

  • Michiele, M. & Beiler, M. (2009). The importance of the internet for journalistic research. A multi-method study of the research performed by journalists working for daily newspapers, radio, television and online. Journalism Studies, 10(2), 178-2003.
  • Paulussen, S. (2004). Journalistiek@Internet.be: Een studie naar de mogelijkheden en gevolgen van het internet voor de journalistieke nieuwsgaring en nieuwsproductie. Universiteit Gent, België
  • Quadrant Communications (2012, 3 mei). Meerderheid Belgische journalisten gebruikt twitter [persbericht].
  • Raeymaeckers, K., Paulussen, S. & De Keyser, J. (2008). De beroepsjournalist in 2008: een profielstudie (deel 3, slot). De Journalist, september, 6-8.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s