Luiewijvenjournalistiek?

Wie is er vandaag de dag niet vertrouwd met de begrippen ‘tweet’ en ‘hashtag’? Op enkele uitzonderingen na, waar ik sterk aan twijfel of ze de laatste jaren niet op Mars vertoefd hebben, weet iedereen dat ze te maken hebben met Twitter. Dit interactieve medium is tegenwoordig de cyberplace to be om de wereld, in godzijdank maximaal 140 karakters, te laten weten wat je net gegeten hebt en hoe jammer je het niet vindt dat Philippe Geubels vandaag niet in de jury van De Slimste Mens ter Wereld zit. Toch wordt Twitter niet enkel gebruikt door een stelletje puberende jongeren op zoek naar aandacht. Integendeel, heel wat prominente personen of organisaties gebruiken Twitter als officieel kanaal om te communiceren met de buitenwereld en ook heel wat ‘gewone stervelingen’ komen wel eens met belangrijke nieuwtjes voor de dag.

Ook journalisten maken dankbaar gebruik van deze tweets. Uit een onderzoek bij 330 Belgische journalisten, uitgevoerd door Quadrant Communications bleek dat in 2011 maar liefst 51% van de ondervraagden gebruik maakte van Twitter, in tegenstelling tot amper 18% een jaar voordien. Maar is de populariteit van Twitter wel zo positief voor de journalist? Gaat hij door het enorme nieuwsaanbod door de bomen het bos nog wel zien? Evolueert hij niet te snel van ‘romantische held op straat met de regenjas’ naar een verzuurde grompot die uren voor zijn computer doorbrengt? Kortom, is journalistiek op weg naar luiewijvenjournalistiek door de opkomst van Twitter?

24 op 24, 7 op 7

Als u denkt dat ik als journalist in spe anti-Twitter ben, heeft u het echter mis. Er zijn aan het medium wel degelijk een aantal zeer grote voordelen verbonden voor een redactie. De allergrootste troef van Twitter is de snelheid waarmee het nieuws verspreid kan worden, waardoor journalisten kort op de bal kunnen spelen en hun lezers snel van het laatste nieuws kunnen voorzien. Deze ‘permanente actualiteit’ is volgens Beyers (2006) bovendien één van de vier pijlers van online journalistiek. Onderstaand filmpje onderstreept de kracht van dit platform.

Maar hoe moet de journalist dan omgaan met zo een grote verzameling aan informatie? Jan Hautekiet, journalist bij Radio 1, verklaarde hierover het volgende: “We gaan Twitter niet per se in ons nieuwe radioprogramma integreren om mee te zijn. Maar het is wel een kanaal waarlangs je heel snel reacties binnen kunt krijgen. En dan is het kwestie van de juiste dingen er uit te pikken. Natuurlijk zijn niet alle reacties even waardevol, maar dan is het aan ons om die er uit te filteren. Ik zie op Twitter heel geregeld dingen waarvan ik denk: wauw.” Het blijft dus de taak van de journalist om kritisch om te springen met dit overaanbod. Bronnen moeten wel degelijk nog steeds gecheckt en dubbel gecheckt worden.

Onbetrouwbaar

En net daar stel ik me vragen bij. Gaat de journalist er tegenwoordig, door de stijgende werkdruk en de hoge eisen van de hoofdredacteur, niet te snel van uit dat iets waar is ‘omdat het op Twitter staat’? Er zijn namelijk genoeg mensen die er plezier in scheppen valse berichten de wereld in te sturen. Meestal trappen journalisten hier niet in, maar af en toe wordt er wel voor enige verwarring gezorgd. Zo werd op 6 augustus het Twitteraccount van persagentschap Reuters gehackt, waarna er valse berichten over het conflict in Syrië in het nieuws verschenen.

Ook het programma Basta, waarin de vier heren van Neveneffecten verzonnen persberichten de wereld instuurden, heeft me doen twijfelen aan de werkwijze van sommige redacties. Uit het programma bleek namelijk dat heel wat journalisten het niet zo nauw namen met het controleren van hun bronnen waardoor er foutieve informatie in de kranten verscheen. Het leverde prachtige televisie op, maar de journalist in mij was toch vooral beschaamd en teleurgesteld.

Ik kan stellen dat Twitter heel wat potentie heeft en dat er zeker een mooie liefdesrelatie mogelijk is met de journalistiek. Maar het blijft opletten geblazen, want niet alles wat op dit medium verschijnt is waar. Twitter is een medium toegankelijk voor iedereen en dat is net het mooie, maar ook het gevaarlijke. Daarom heb ik voor de journalist één gouden raad: check en dubbel check! (GVS)

Bronnen:

Beyers, H. (2006). De kr@nt van morgen: nog steeds op papier? (Doctoraatsthesis). Universiteit Antwerpen, Antwerpen, België.
Geraadpleegd via http://www.nederlandbreedbandland.nl/uploaded/FILES/de_krant_van_morgen.pdf

Advertenties

3 gedachtes over “Luiewijvenjournalistiek?

  1. Hey Gunter,

    Ik las met plezier je blog. Als toekomstige journaliste zit ik een beetje in hetzelfde schuitje. En de drang naar nieuws en informatie was voor mij zo’n 3,5 jaar geleden de reden om aan de slag te gaan met Twitter. Het is inderdaad een gigabron, maar er schuilen dus ook vele valstrikjes in. Op dat vlak ga ik met je akkoord. Ik vind het echter jammer dat je met de vinger wijst naar de journalist die zijn bronnen niet checkt en volgens jou, althans zo komt het over, onnauwkeurig en nonchalant zijn of haar werk uitvoert. Vergeet niet dat er achter de journalist een hele redactie zit en vooral een ongeduldige hoofdredacteur die zijn krant, journaal en radionieuws graag zo snel mogelijk geüpdatet ziet. Dat wil niet zeggen dat de journalist op dit vlak volledig vrijuit gaat, maar je mag nooit vergeten dat er een grote druk van bovenaf op de schouders van de journalist rust. Het is aan de journalist dan ook om aan die druk te kunnen weerstaan. Soms is dat niet altijd mogelijk (ik denk aan à la minute nieuws). Maar ik ga volledig met je akkoord: nauwkeurig en bronnen checken zijn een deugd voor een goede journalist.

    Groetjes,

    Eva

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s